Op deze pagina staan en komen antwoorden op veel gestelde vragen (faqs) en geven we informatie over leuke weetjes. Soms verwijzen we naar het betreffende hoofdstuk in een van de handleidingen voor de smartwatches: Heb je zelf een vraag stel hem ons via het contactformulier. We wensen je veel plezier met je gps.
Joost Verbeek.
Veelgestelde vragen voor je Garmin smartwatch zoals de Fenix, Epix, Marq, Instinct, Enduro, Forerunner 955, Quatix, Legacy, D2 en descent.
In tegenstelling tot een autonavigatiesysteem bevatten niet alle (outdoor) gps-kaarten geen of beperkte gegevens van adressen. Welke kaarten voor de Garmin gps toestellen bevatten wel adresgegevens?
Je kunt in het programma BaseCamp van Garmin uitstekend routes maken. Daarbij kun je via-punten of waypoints ook naast een weg zetten. Deze punten noemen we glitches. Soms is dat misschien jouw bedoeling. Is het dat niet dan is het vooral voor fietsende routemakers belangrijk de route goed te controleren.
Het kan zijn dat een waypoint of via-punt net naast een pad is geplaatst, waardoor de route als een loodlijn op de weg wordt berekend. Je kunt dan tijdens het navigeren letterlijk het bos ingestuurd worden. Je kunt de punten handmatig controleren door het route-eigenschappenscherm te openen. Als je dan op een routepunt klikt zie je het verschijnen. Staat het op de weg? Zie je het niet? Zet dan linksonder het vinkje aan bij Kaart centreren. Doorloop punt voor punt de route en verplaats de verkeerd geplaatste punten met het handje.
Je kunt ook het programma JaVaWa RTWtool gebruiken: kopieer in BaseCamp de route, open RTWtool en klik op Klembord om de route in RTWtool te plakken. Controleer of het vinkje aan staat bij Instellingen > Algemeen > Corrigeer ‘glitches’. Kopieer de aangepaste route naar BaseCamp door te kiezen voor: Uitvoeren naar > Klembord (Garmin). Klik op Converteer. Ga
weer naar BaseCamp. Plak in de lijst met de originele route de nieuwe route en vergelijk de twee routes.
Je kunt ook op de website van Javawa de glitches aanpassen.
Hoe betrouwbaar zijn de hoogtemeters van je gps eigenlijk?
Wie met een gps fietst of wandelt, kijkt al snel naar het aantal hoogtemeters. Zeker in heuvelachtig of bergachtig gebied is het een interessante waarde. Maar kun je er eigenlijk wel van uitgaan dat de hoogtemeters op je gps kloppen?
Helaas is het antwoord: niet altijd.
De hoogte is voor een gps namelijk lastiger te bepalen dan de afstand. Twee gps-apparaten die dezelfde tocht opnemen, kunnen aan het einde van de rit een verschillend aantal hoogtemeters laten zien. Soms zijn de verschillen klein, maar ze kunnen ook behoorlijk oplopen.
Dat betekent niet dat je gps onbetrouwbaar is. Het betekent vooral dat je moet weten waar de hoogtegegevens vandaan komen en hoe ze worden berekend.
Een gps bepaalt je positie aan de hand van satellieten. Daarbij speelt onder andere de kwaliteit van het satellietsignaal een rol. Moderne gps’en kunnen meerdere satellietsystemen tegelijk gebruiken en sommige modellen ondersteunen ook multiband/multi-GNSS. Dat kan de positiebepaling verbeteren.
Toch blijft er altijd een bepaalde afwijking bestaan. Als je een route met meerdere gps-apparaten opneemt, kan ieder apparaat daardoor net iets andere meetpunten gebruiken. Dat heeft vervolgens ook gevolgen voor het berekende hoogteprofiel.
Ook wanneer je stilstaat kan de gps blijven ‘bewegen’ in de registratie. De positie verandert dan een klein beetje door gps-drift. Sommige apparaten kunnen de registratie tijdens stilstand automatisch pauzeren. Dat voorkomt dat er onnodige meetpunten worden toegevoegd en kan de uiteindelijke registratie verbeteren.
Het advies is om na het verkrijgen van een gps-fix nog even te wachten voordat je vertrekt. Ook de gekozen registratie-instelling heeft invloed: een registratie van iedere seconde levert meer detail op dan een sterk vereenvoudigde registratie.
Een brug is geen bergEen van de opvallendste voorbeelden zie je bij bruggen, viaducten en oude spoorlijnen.
Een routeplanner of kaart kan namelijk uitgaan van de hoogte van het terrein, terwijl jij in werkelijkheid op een constructie boven dat terrein rijdt of loopt.
Denk bijvoorbeeld aan een brug over een rivier. De weg over de brug kan vrijwel vlak zijn, maar de kaart kan op die plek een hoogteverschil laten zien omdat het terrein onder de brug veel lager ligt. Het hoogteprofiel kan daardoor een flinke klim suggereren, terwijl je in werkelijkheid nauwelijks hoeft te klimmen. Hiernaast zie je het voorbeeld van de Waalbrug bij Nijmegen. In de werkelijkheid is de af te leggen weg licht stijgend.
Hetzelfde kan gebeuren bij viaducten.
Ook oude spoorlijnen zijn een mooi voorbeeld. Spoorwegen zijn doorgaans zo aangelegd dat het hoogteverschil beperkt blijft. Toch kan een hoogteprofiel van een route over een oude spoorlijn opvallende pieken laten zien wanneer de kaart en de werkelijke ligging van de route niet goed op elkaar aansluiten. Een voorbeeld daarvan is de Vennbahn die van Duitsland via België naar Luxemburg loopt. Je ziet het hoogteprofiel van het landschap hiernaast. De werkelijke route zal veel minder steile stukken bevatten.
Ook de kaart zelf kan voor problemen zorgen.
Vooral in bergachtige gebieden met steile rotswanden is het belangrijk dat een weg of wandelpad precies op de juiste plaats op de kaart staat. Een kleine afwijking kan daar grote gevolgen hebben voor het berekende hoogteprofiel.
Stel dat een weg vlak langs een steile rotswand loopt. Staat de weg op de kaart een paar meter verkeerd, dan kan de software denken dat je dwars tegen de bergwand omhoog gaat.
In werkelijkheid kan de weg echter vrijwel vlak lopen, in de rots zijn uitgehakt of zelfs door een tunnel gaan.
Een opvallende piek in het hoogteprofiel betekent daarom niet automatisch dat je daar in werkelijkheid een zware klim tegenkomt. De afbeelding laat percentages van meer dan 100% zien. In werkelijkheid was het slechts een paar procent.
Een ander probleem ontstaat wanneer je een track van internet downloadt.
Niet iedere website levert (goede) hoogtegegevens mee met een GPX-bestand. Je hebt dan wel de route, maar niet noodzakelijk het bijbehorende hoogteprofiel.
In sommige gevallen kun je de hoogtegegevens zelf aan een track toevoegen, bijvoorbeeld met Garmin BaseCamp. Daarvoor heb je wel een kaart nodig die over hoogtegegevens beschikt. Een voorbeeld daarvan is de OpenFietsMap. Let daarbij wel op een belangrijk verschil: een kaart met hoogtelijnen is niet hetzelfde als een kaart met een digitaal hoogtemodel (DEM).
Hoogtelijnen zijn vooral bedoeld om de hoogte zichtbaar te maken op de kaart. Een DEM bevat hoogtegegevens die gebruikt kunnen worden om bijvoorbeeld een hoogteprofiel aan een route of track toe te voegen.
Ook routeplanners en websites kunnen verschillend omgaan met hoogtegegevens.
Een goed voorbeeld is Komoot. Het hoogteprofiel dat je daar ziet, wordt bewerkt en gladgestreken. Kleine oneffenheden worden daardoor minder zichtbaar.
Dat heeft een voordeel: het profiel ziet er overzichtelijker uit en kleine meetfouten worden minder prominent. Maar het kan ook betekenen dat bepaalde kleine klimmetjes en afdalingen verdwijnen uit de berekening.
Het gevolg kan zijn dat je tijdens een daadwerkelijke tocht meer hoogtemeters maakt dan het oorspronkelijke profiel van de website aangeeft.
Wanneer je dezelfde track vervolgens met andere hoogtegegevens bekijkt, kan het totaal daarom veranderen.
Een hoogteprofiel hoort er meestal niet uit te zien als een perfecte lijn.
In de werkelijkheid gaat een route voortdurend een beetje op en neer. Zelfs een ogenschijnlijk vlak fietspad bevat kleine hoogteverschillen.
Krijg je een hoogteprofiel voorgeschoteld met opvallend rechte of geblokte stukken, dan is het verstandig om daar vraagtekens bij te zetten. Het kan erop wijzen dat de hoogtegegevens sterk zijn vereenvoudigd of gefilterd.
Ook een sterk versimpelde track kan problemen veroorzaken. Wanneer een website het aantal trackpunten vermindert om het bestand kleiner te maken, loopt de track niet meer exact over het oorspronkelijke pad. Vooral in gebieden met veel hoogteverschil kan dat leiden tot vreemde pieken in het hoogteprofiel. Hiernaast zie je een voorbeeld van een track die nauwkeurig het pad volgt en een track die vereenvoudigd is. De laatste zal onnauwkeurig zijn met de hoogtemeters.
Niet iedere gps bepaalt de hoogte op dezelfde manier.
Een apparaat kan de hoogte berekenen op basis van gps-gegevens of gebruikmaken van een barometrische hoogtemeter. Die laatste bepaalt de hoogte aan de hand van luchtdruk.
Een barometrische hoogtemeter kan onder de juiste omstandigheden behoorlijk nauwkeurig zijn. Maar ook deze methode is niet foutloos. Veranderingen in luchtdruk door het weer, temperatuurverschillen en een verkeerde kalibratie hebben invloed op de meting.
Daarom is kalibreren belangrijk.
Als je op een punt staat waarvan je de exacte hoogte weet, bijvoorbeeld bij een bekend hoogtepunt, kun je de barometrische hoogtemeter daarop instellen. Dat geeft doorgaans een betere uitgangspositie dan wanneer het apparaat zelf moet schatten welke hoogte je hebt.
Bij sommige Garmin-apparaten kan de hoogte daarnaast automatisch worden gecorrigeerd met behulp van GPS en/of hoogtegegevens uit een digitaal hoogtemodel.
Dat is misschien wel de lastigste vraag.
Het aantal hoogtemeters is namelijk geen waarde die je gps simpelweg rechtstreeks meet. Het apparaat verzamelt hoogtegegevens en berekent daaruit de stijgingen en dalingen.
Kleine meetfouten kunnen daardoor worden opgeteld. Aan de andere kant kunnen filters en algoritmes kleine hoogteverschillen juist weer wegfilteren.
Daarom kunnen twee apparaten die dezelfde tocht hebben geregistreerd verschillende totalen geven.
Bij een korte, vlakke tocht valt dat misschien nauwelijks op. Tijdens een lange tocht in heuvelachtig gebied kunnen de verschillen duidelijker worden.
Bij wandelen speelt hetzelfde probleem als bij fietsen. Toch kan het hoogteprofiel bij wandelen soms extra interessant zijn.
Een wandelpad kan bijvoorbeeld via een smal pad langs een steile helling. Een kleine afwijking in de kaartpositie kan daar relatief veel invloed hebben op het berekende hoogteprofiel.
Bij fietsen zie je vergelijkbare problemen. Bruggen, viaducten en oude spoorlijnen kunnen voor opvallende afwijkingen zorgen. Ook fietsroutes die langs bergwanden lopen, kunnen in een routeplanner een veel steilere klim laten zien dan je op de fiets daadwerkelijk tegenkomt.
Wil je de hoogtemeters van je gps zo betrouwbaar mogelijk maken? Houd dan rekening met een aantal zaken:
• Zorg dat je gps voldoende satellieten heeft gevonden voordat je vertrekt.
• Wacht na het verkrijgen van een gps-fix eventueel nog even voordat je begint.
• Gebruik, als je apparaat dit ondersteunt, meerdere satellietsystemen en eventueel multiband.
• Laat de gps niet onnodig registreren wanneer je stilstaat.
• Kalibreer een barometrische hoogtemeter op een punt waarvan je de hoogte kent.
• Controleer of de opening van de barometrische sensor schoon en vrij is.
• Kijk kritisch naar het hoogteprofiel van een gedownloade route.
• Houd er rekening mee dat verschillende websites en apps verschillende hoogtegegevens en berekeningen kunnen gebruiken.
Moet je dan maar helemaal stoppen met kijken naar de hoogtemeters? Zeker niet.
Voor het plannen en beoordelen van een tocht zijn ze juist erg nuttig. Een hoogteprofiel laat goed zien waar de zware beklimmingen zitten en geeft een prima indruk van wat je onderweg kunt verwachten.
Maar beschouw het aantal hoogtemeters niet als een absoluut meetresultaat.
Een gps is uiteindelijk een hulpmiddel. De uiteindelijke waarde wordt beïnvloed door de satellietontvangst, het apparaat, de kaart, de gebruikte hoogtegegevens, de manier waarop de track is opgenomen en de software die het hoogteprofiel berekent.
Het belangrijkste is dat je begrijpt hoe die cijfers tot stand komen. Dan weet je ook wanneer je het hoogteprofiel kunt vertrouwen en wanneer je beter met enige reserve naar die extra klim van 200 meter kunt kijken.
Met de BaseCamp reisplanner kun je gemakkelijk en snel meerdaagse routes plannen. Wanneer je het maken van routes beheerst, lukt het je ook om via deze Garmin reisplanner een goede tocht voor te bereiden. Voor het maken van routes bekijk je de handleidingen van gps wijzer:
Bij de Garmin reisplanner heb je enkele handigheidjes die je niet hebt bij het maken van een route:
In het menu van de reisplanner zijn de volgende mogelijkheden aanwezig. Sommige zie je pas als je een reis hebt aangemaakt. De meeste opties spreken voor zich.
Aan de linkerzijde in BaseCamp zie je nu geen bibliotheek, maar de reisgegevens. Je kunt op een van de dagen klikken voor meer gegevens. Je ziet dan ook de route op de kaart verschijnen.
Je kunt ook een nuttig punt toe te voegen. Daarvoor schuif je eerst met de tijdbalk zodat je op het juiste tijdstip tijdens jouw route een nuttig punt gaat vinden.
Als je daarna het vinkje bij Zoeken langs de route aanvinkt en daaronder iets invult, wordt er naar – in dit geval – een café gezocht. Je ziet ook hoe ver het café van de route weg is. Zodra je het toevoegt wordt er een nieuwe route berekend door de BaseCamp reisplanner.
Zodra je alle hubs en tussenpunten hebt toegevoegd, kun je de reis verzenden naar de gps. Rechtsklik in de bibliotheek op de reis en selecteer Verzenden naar en selecteer de interne opslag van de gps. De routes en waypoints worden naar de gps verzonden.
Voor het gebruik van een Garmin smartwatch of Garmin Edge, adviseren we je van de route een track te maken. Deze track kun je dan naar je gps verzenden.
Je kunt het programma BaseCamp gratis downloaden van de Garmin website. De volledige instructie voor dit programma vind je in de hierboven genoemde boeken.
Steeds vaker krijgen we de vraag hoe je een gps bestand (gpx formaat) op je gps kunt krijgen. Afhankelijk van het type Garmin gps zijn er een aantal mogelijkheden. We geven hier een overzicht van de mogelijkheden hoe je een gpx bestand op je gps kunt zetten vanaf je mobiel. De exacte instructies en tips en trucs lees je in onze handleidingen.
Garmin Connect app
Natuurlijk kun je altijd via je computer met een kabel het gpx bestand op je gps zetten. Let wel op dat je het in de juiste map zet, anders wordt het bestand niet uitgelezen. Alle instructies hiervoor vind je ook in onze boeken en handleidingen.
De Garmin Edge instructie lees je in het boek GPS Wijzer voor de recreatieve en sportieve fietser.
Voor de GPSMAP 66, 67 en Montana 7xx vind je de uitleg in de handleidingen GPS Wijzer, voor de Garmin outdoortoestellen.
De informatie voor de Fenix, Epix en andere smartwatches wordt in de handleidingen voor de Garmin smartwatches uitgelegd.
Sommige kaarten bevatten hoogtelijnen, maar veel fietsers, wandelaars vinden deze te beperkt. Toch zijn er mogelijkheden extra hoogtelijnen in beeld te krijgen. Dat is natuurlijk vooral in heuvel- en bergachtig gebied interessant. Je krijgt daardoor een betere indruk van de steilte.
Hoogtegegevens zijn opgenomen via een Amerikaanse spaceshuttle. Dit zijn de Shuttle Radar Topography Mission (SRTM) gegevens. De SRTM-gegevens zijn van de hele wereld met uitzondering van de poolgebieden beschikbaar. Informatie over SRTM vind je op Wikipedia. Ook Europa heeft gegevens verzameld in het Lidar (Light Detection And Ranging) project. Het voordeel van Lidar ten opzichte van SRTM is dat de Lidar hoogtelijnen vloeiender zijn. De Lidar gegevens zijn voor Garmin alleen terug te vinden in Kleineisel en beschikbaar voor Duitsland de Alpenlanden, Scandinavië, Nepal, Iran en Westelijk Afrika. Op de website van Kleineisel klik je eerst bij Inhalt op het betreffende land en daarna kies je onder Höhenlinien het gewenste bestand. Je kunt kiezen uit een bestand met elke 10, 20 of 100m een hoogtelijn.
Op OpenTopoMap vind je van alle landen naast OSM kaarten ook de hoogtelijn bestanden. Per land kun je deze downloaden en naar de juiste map in je gps kopiëren. Je kunt de kaart ook tonen in BaseCamp door deze te kopiëren naar de map C:/ProgramData/Garmin/Maps/, maar dan zie je de kaart niet over andere kaarten liggen.
Tenslotte noemen we nog de kaarten van thkukuk. Ook daar vind je bestanden voor hoogtelijnen.
Voor de juiste toepassing en instellingen lees je voor de outdoortoestellen hoofdstuk 15 van het boek gps wijzer en voor de Garmin Edge het boek gps wijzer voor de recreatieve en sportieve fietser.
Kun je de DEM kaart nu verwijderen van je Garmin? Nee doe dat vooral niet. Deze kaart bepaalt het hoogteprofiel in bijvoorbeeld een route of een track die hoogtegegevens mist. De toegevoegde hoogtelijnen kaart geeft slechts een visuele toevoeging aan je kaart en voegt dus geen extra hoogtegegevens toe.
Het is niet nodig de gegevens te updaten, omdat hoogtegegevens nauwelijks wijzigen.
Er zijn ook hoogtegegevens van Nederland beschikbaar, maar deze kun je niet direct op je Garmin gebruiken. Een mooi kaart beeld van de Nederlandse hoogtes vind je hier. Voor Vlaanderen kijk je hier.
Knooppunten, hoe gebruik ik ze? Het is een van de meest gestelde vragen aan GPS Wijzer. Ja, knooppunten zijn erg handig. Er zijn diverse knooppuntenplanners en in een handomdraai heb je een route gegenereerd. Over het algemeen zijn het leuke routes. Als je geen gps hebt, ben je onderweg geregeld aan het kijken of er een bordje staat. Hopelijk is er geen verdwenen of vernield. Soms ga je even stilstaan bij zo’n knooppuntenbord op een kruising. Is het een leuke plek om te stoppen? Meestal niet. En inmiddels fietst of loopt iedereen gezellig achter elkaar aan van knooppunt naar knooppunt. Het lijkt wel een beetje een nationale verslaving.
Heb je een gps? Vergeet dan de knooppunten. Waarom? Oké over het algemeen zijn het heel aardige routes en in sommige gebieden misschien wel de mooiste. Er zijn echter veel meer leuke wegen en paden te vinden en die mis je als je gebruik maakt van knooppunten. Ook gaan knooppuntenroutes soms langs locaties door een dorp, waardoor de route zeker niet het mooiste is. Op je gps kun je elke route volgen. Deze geeft aan hoe je moet rijden. Wijk je een keer af dan kun je weer gemakkelijk verderop de route oppakken. Het zorgt er ook voor dat je niet meer op de bordjes gaat letten en meer van de omgeving gaat genieten. Tenslotte ga je niet meer op kruisingen stoppen. Met een gps stop je alleen nog op mooie punten of bij horeca.

Hiernaast zie je twee voorbeelden van knooppunt routes die ik niet zou aanraden. Bij de linkerafbeelding word je door het saaie dorp Ooij gestuurd, terwijl je rechtdoor over de Kerkdijk kunt rijden. Op de rechter afbeelding zie je de geblokte route als knooppunt route. Deze volgt een meer doorgaande weg en gaat via Apeldoorn. Je ziet ook een rode lijn, een fietspad, dwars door het bos lopen. Veel mooier en waarschijnlijk ook veel rustiger.
Je kunt gebruik maken van een routeplanner die routes berekent over allerlei wegen. We geven enkele suggesties:
Als je aan iemand vraagt wat de beste routeplanner is, dan krijg je als antwoord de routeplanner die diegene gebruikt en beheerst. Elke routeplanner heeft net weer wat andere mogelijkheden en opties. Ook is het de vraag of je gebruik wilt maken van een gratis variant of dat je een betaalde versie neemt. De betaalde versies bevatten misschien wel meer opties, maar de kwaliteit van het plannen van routes is zeker niet altijd beter.
Maak je graag gebruik van alleen knooppunten, ja dat kan. We geven enkele suggesties.
In het programma BaseCamp van Garmin kun je bij de koers instellingen vijf keuzes maken. Wat betekenen deze verschillende keuzes en waar zie je het terug. We geven uitleg bij deze instelling. Garmin kent de volgende koers instellingen:
Wil je meer weten, lees bijvoorbeeld de koersen wiki. Je kunt uiteraard ook een kaart en kompas boek raadplegen.
Hierna zie je afbeeldingen nadat er verschillende instellingen zijn gemaakt. De lijn is getrokken van rechtsonder naar linksboven. Het getal geeft de koers aan in graden.
Ook als je het eigenschappenscherm van een route of track opent dan zul je zien dat er bij elk punt een koers staat. Wanneer je de instelling aanpast, moet je eerst Basecamp afsluiten en weer opnieuw opstarten om de wijziging te zien bij de route of track.
Tenslotte zie je in BaseCamp als je een route of track tekent onderaan het scherm de koers ten opzichte van het laatste punt.
Het is mogelijk via Google Maps routes te maken. Het is vooral interessant voor fietsers, omdat Google Maps steeds meer fietswegen en -paden bevat. We leggen je uit hoe je hiermee je routes maakt en importeert in BaseCamp. Voor wandelaars staan er veel te weinig paden op en daarom adviseren we je een andere planner zoals BaseCamp, RouteYou of Komoot te gebruiken.
In Google Maps kun je heel gemakkelijk een waypoint maken van een gevonden locatie (adres of nuttig punt). De methode beschrijven we in onze boeken en handleidingen:
Vaak krijgen we de vraag of de roze, magenta routelijn is aan te passen. Op de Garmin Edge en Garmin Fenix en Epix is dit en nog veel meer mogelijk. Dat kan via een mapthema bestand. We leggen het uit.
De nieuwere Garmin Edge en smartwatches zoals de Fenix 7 en Epix toestellen hebben mapthema’s. Door een nieuw mapthema aan te maken of een bestaande te wijzigen, kun je de kleuren wijzigen. Dit beperkt zich niet alleen tot de routekleur, ook allerlei andere gegevens op de kaartpagina kun je van een andere kleur voorzien.
De mapthema’s vind je in de map \GARMIN\MAPTHEMES. Daarin vind je kmtf bestanden. Deze bestanden kun je openen met een editor, zoals bijvoorbeeld Notepad++. Daarin kun je aanpassingen maken. Verstandig is om eerst van de originele bestanden een kopie te maken en daarna bewerkingen uit te voeren. Hieronder zie je een voorbeeld van een stukje van het bestand. Je ziet allerlei kleurcodes. Deze kun je aanpassen. Een lijst met codes vind je hier. Deze methode is best lastig. Met de volgende methode is het veel simpeler.
Er is een veel eenvoudigere methode om het mapthema op je gps toestel aan te passen. Het programma Theme editor is een handig hulpmiddel. Als je een bestaand kmtf bestand opent zie je per item de kleur. Door er op te klikken, kun je een wijziging doorvoeren. Je kunt ook een geheel nieuw bestand aanmaken. Er is geen beschrijving beschikbaar waarvoor een lijnkleur precies gebruikt wordt. Het blijft dus experimenteren.
Heb je een mooi mapthema gemaakt? Stuur het ons op, dan kunnen we dat ook delen met anderen.
Windows computers hebben geen problemen om een gps te herkennen. Bij de Mac is dat anders.
Sinds Garmin toestellen (zoals de GPSMAP, Edge Explore 2, 1050, 1040, 540, 840) heeft overgezet van USB-mass storage naar MTP (Media Transfer Protocol), zijn er problemen ontstaan met het uitlezen op Mac’s via Finder, omdat macOS geen ondersteuning biedt voor MTP.
Een uitgebreidere instructie vind je in onze handleidingen.
🚫 Wat werkt dus niet meer?
• De Finder toont het toestel niet als een schijf.
• Je kunt geen direct bestandbeheer uitvoeren zoals je dat gewend was, bijvoorbeeld. GPX-bestanden slepen naar de map NewFiles.
We geven een aantal tips zodat je toch met je Apple en je Garmin gps kunt werken.
Open Garmin Express en klik in de bovenste balk op het driehoekje (
.
Klik op Voorkeuren.
Je ziet nu:

Klik beide vinkjes uit zodat het er als volgt uitziet:

Nu kun je BaseCamp starten en je gps aansluiten en zal deze herkend worden.
Macdroid is een nieuw programma dat het ook moet kunnen; we hebben het nog niet kunnen testen, maar noemen het al wel. Je kunt het vinden via de appstore.
Van Garmin ontving ik de volgende oplossing die ik nog niet heb uitgetest. Deze is afkomstig van cleanmymac.com
If it’s your first time connecting your external hard drive, you might need to tweak some settings to ensure it’s findable; here’s how:

Now, try connecting your external disk again to see if it’s visible on your Desktop or within Finder.
Als bovenstaande niet lukt kun je ook via de volgende methoden gegevens zoals tracks, routes en waypoints op je gps krijgen. Of de methode toepasbaar is, is afhankelijk van de gps die je hebt.
Lees voor het gebruik hiervan onze handleidingen.
Routes optimaliseren wat is dat en hoe kun je dat toepassen? Het kan zijn dat je met je gps een route wilt afleggen langs een aantal locaties (waypoints). Zoals je op de afbeelding ziet hebben we enkele van de Friese elf steden gekozen. Daarvoor hebben we eerst van elke stad een waypoint gemaakt. Zorg er voor dat je eerst het route type Direct kiest. Daarna selecteer je in de BaseCamp bibliotheek in de lijst alle waypoints die je in een route wilt opnemen. Rechtsklik in de bibliotheek op de waypoints en klik op Route maken op basis van geselecteerde waypoints. Je ziet dat er een directe route wordt gemaakt via de waypoints. De volgorde is op basis van het alfabet.
Wil je de route nu optimaliseren, zo dat er de slimste directe route wordt gemaakt? Klik dan in het route eigenschappenscherm op Optimaliseer. Er verschijnt een nieuwe directe route.
Nu wil je er een berekende route van laten maken. Je opent het eigenschappenscherm van de route. Daarin kun je het juiste activiteitenprofiel voor jouw route selecteren. Er wordt daarna direct een nieuwe route berekend.
Bij het optimaliseren wordt de volgorde gekozen op basis van hemelsbrede lijnen. Dit wil dus nog niet zeggen dat het de kortste of slimste route is. Het kan zijn dat er tussen twee punten die vlak bij elkaar liggen een barrière is waardoor er een grote omweg gemaakt moet worden. Soms is het dan slimmer dat je volgorde van de via-punten handmatig aanpast, zodat je eerst langs een ander punt gaat. Je kunt altijd aanpassingen maken door de volgorde van de punten te wijzigen. Zie hiervoor de handleidingen van gps wijzer:
Voor het gebruik op een Garmin smartwatch of Garmin Edge, adviseren we je van de route een track te maken. Deze track kun je dan naar je gps verzenden.
Je kunt het programma BaseCamp gratis downloaden van de Garmin website. De volledige instructie voor dit programma vind je in de hierboven genoemde boeken.
Een track kan met het programma BaseCamp van Garmin worden aangepast. Je kunt daarmee tracks corrigeren door te filteren, punten verplaatsen, splitsen in verschillende stukken en meerdere tracks aan elkaar koppelen. Hoe je dit doet, lees je in onze boeken gps wijzer voor outdoortoestellen en de gps wijzer voor de recreatieve en sportieve fietser.
Ook met het programma RTWtool van Javawa kun je een aantal correcties uitvoeren zoals tracks corrigeren en filteren. Dit programma kun je downloaden via de website van Javawa. Weliswaar wordt het programma niet meer ondersteund, maar is nog uitstekend bruikbaar.
Probeer eerst het filteren uit. Via Open bestand kun je het bestand met daarin de track in RTWtool openen. Bij Instellingen > Filteren kunnen een aantal instellingen gemaakt worden:
Daarna kies je in het hoofdscherm bij Uitvoer naar > Garmin bestand (.gpx/.gdb); bij Tracks > Uitvoeren als > Tracks en Bewerking > Filteren (****). Waarbij de **** staan voor je keuze bij de instellingen. Als je de track nog verder wilt gebruiken, klik je op Hergebruiken.
Hoe kun je een track met daarin een lange rechte lijn corrigeren of een track met een foutief start- of eindpunt? Open de track in RTWtool. De track pas je aan via: Tracks > Bewerking > Tracklogs corrigeren > Converteren. De track wordt opgesplitst of foutieve punten worden verwijderd. Je kunt het bestand opslaan in een door jou gekozen map en het resultaat zie je in RTWtool onder het tabje Uitvoer. Via Toon op kaart zie je de track op de kaart.