Hoe betrouwbaar zijn de hoogtemeters van je gps eigenlijk?
Wie met een gps fietst of wandelt, kijkt al snel naar het aantal hoogtemeters. Zeker in heuvelachtig of bergachtig gebied is het een interessante waarde. Maar kun je er eigenlijk wel van uitgaan dat de hoogtemeters op je gps kloppen?
Helaas is het antwoord: niet altijd.
De hoogte is voor een gps namelijk lastiger te bepalen dan de afstand. Twee gps-apparaten die dezelfde tocht opnemen, kunnen aan het einde van de rit een verschillend aantal hoogtemeters laten zien. Soms zijn de verschillen klein, maar ze kunnen ook behoorlijk oplopen.
Dat betekent niet dat je gps onbetrouwbaar is. Het betekent vooral dat je moet weten waar de hoogtegegevens vandaan komen en hoe ze worden berekend.
Een gps bepaalt je positie aan de hand van satellieten. Daarbij speelt onder andere de kwaliteit van het satellietsignaal een rol. Moderne gps’en kunnen meerdere satellietsystemen tegelijk gebruiken en sommige modellen ondersteunen ook multiband/multi-GNSS. Dat kan de positiebepaling verbeteren.
Toch blijft er altijd een bepaalde afwijking bestaan. Als je een route met meerdere gps-apparaten opneemt, kan ieder apparaat daardoor net iets andere meetpunten gebruiken. Dat heeft vervolgens ook gevolgen voor het berekende hoogteprofiel.
Ook wanneer je stilstaat kan de gps blijven ‘bewegen’ in de registratie. De positie verandert dan een klein beetje door gps-drift. Sommige apparaten kunnen de registratie tijdens stilstand automatisch pauzeren. Dat voorkomt dat er onnodige meetpunten worden toegevoegd en kan de uiteindelijke registratie verbeteren.
Het advies is om na het verkrijgen van een gps-fix nog even te wachten voordat je vertrekt. Ook de gekozen registratie-instelling heeft invloed: een registratie van iedere seconde levert meer detail op dan een sterk vereenvoudigde registratie.
Een brug is geen bergEen van de opvallendste voorbeelden zie je bij bruggen, viaducten en oude spoorlijnen.
Een routeplanner of kaart kan namelijk uitgaan van de hoogte van het terrein, terwijl jij in werkelijkheid op een constructie boven dat terrein rijdt of loopt.
Denk bijvoorbeeld aan een brug over een rivier. De weg over de brug kan vrijwel vlak zijn, maar de kaart kan op die plek een hoogteverschil laten zien omdat het terrein onder de brug veel lager ligt. Het hoogteprofiel kan daardoor een flinke klim suggereren, terwijl je in werkelijkheid nauwelijks hoeft te klimmen. Hiernaast zie je het voorbeeld van de Waalbrug bij Nijmegen. In de werkelijkheid is de af te leggen weg licht stijgend.
Hetzelfde kan gebeuren bij viaducten.
Ook oude spoorlijnen zijn een mooi voorbeeld. Spoorwegen zijn doorgaans zo aangelegd dat het hoogteverschil beperkt blijft. Toch kan een hoogteprofiel van een route over een oude spoorlijn opvallende pieken laten zien wanneer de kaart en de werkelijke ligging van de route niet goed op elkaar aansluiten. Een voorbeeld daarvan is de Vennbahn die van Duitsland via België naar Luxemburg loopt. Je ziet het hoogteprofiel van het landschap hiernaast. De werkelijke route zal veel minder steile stukken bevatten.
Ook de kaart zelf kan voor problemen zorgen.
Vooral in bergachtige gebieden met steile rotswanden is het belangrijk dat een weg of wandelpad precies op de juiste plaats op de kaart staat. Een kleine afwijking kan daar grote gevolgen hebben voor het berekende hoogteprofiel.
Stel dat een weg vlak langs een steile rotswand loopt. Staat de weg op de kaart een paar meter verkeerd, dan kan de software denken dat je dwars tegen de bergwand omhoog gaat.
In werkelijkheid kan de weg echter vrijwel vlak lopen, in de rots zijn uitgehakt of zelfs door een tunnel gaan.
Een opvallende piek in het hoogteprofiel betekent daarom niet automatisch dat je daar in werkelijkheid een zware klim tegenkomt. De afbeelding laat percentages van meer dan 100% zien. In werkelijkheid was het slechts een paar procent.
Een ander probleem ontstaat wanneer je een track van internet downloadt.
Niet iedere website levert (goede) hoogtegegevens mee met een GPX-bestand. Je hebt dan wel de route, maar niet noodzakelijk het bijbehorende hoogteprofiel.
In sommige gevallen kun je de hoogtegegevens zelf aan een track toevoegen, bijvoorbeeld met Garmin BaseCamp. Daarvoor heb je wel een kaart nodig die over hoogtegegevens beschikt. Een voorbeeld daarvan is de OpenFietsMap. Let daarbij wel op een belangrijk verschil: een kaart met hoogtelijnen is niet hetzelfde als een kaart met een digitaal hoogtemodel (DEM).
Hoogtelijnen zijn vooral bedoeld om de hoogte zichtbaar te maken op de kaart. Een DEM bevat hoogtegegevens die gebruikt kunnen worden om bijvoorbeeld een hoogteprofiel aan een route of track toe te voegen.
Ook routeplanners en websites kunnen verschillend omgaan met hoogtegegevens.
Een goed voorbeeld is Komoot. Het hoogteprofiel dat je daar ziet, wordt bewerkt en gladgestreken. Kleine oneffenheden worden daardoor minder zichtbaar.
Dat heeft een voordeel: het profiel ziet er overzichtelijker uit en kleine meetfouten worden minder prominent. Maar het kan ook betekenen dat bepaalde kleine klimmetjes en afdalingen verdwijnen uit de berekening.
Het gevolg kan zijn dat je tijdens een daadwerkelijke tocht meer hoogtemeters maakt dan het oorspronkelijke profiel van de website aangeeft.
Wanneer je dezelfde track vervolgens met andere hoogtegegevens bekijkt, kan het totaal daarom veranderen.
Een hoogteprofiel hoort er meestal niet uit te zien als een perfecte lijn.
In de werkelijkheid gaat een route voortdurend een beetje op en neer. Zelfs een ogenschijnlijk vlak fietspad bevat kleine hoogteverschillen.
Krijg je een hoogteprofiel voorgeschoteld met opvallend rechte of geblokte stukken, dan is het verstandig om daar vraagtekens bij te zetten. Het kan erop wijzen dat de hoogtegegevens sterk zijn vereenvoudigd of gefilterd.
Ook een sterk versimpelde track kan problemen veroorzaken. Wanneer een website het aantal trackpunten vermindert om het bestand kleiner te maken, loopt de track niet meer exact over het oorspronkelijke pad. Vooral in gebieden met veel hoogteverschil kan dat leiden tot vreemde pieken in het hoogteprofiel. Hiernaast zie je een voorbeeld van een track die nauwkeurig het pad volgt en een track die vereenvoudigd is. De laatste zal onnauwkeurig zijn met de hoogtemeters.
Niet iedere gps bepaalt de hoogte op dezelfde manier.
Een apparaat kan de hoogte berekenen op basis van gps-gegevens of gebruikmaken van een barometrische hoogtemeter. Die laatste bepaalt de hoogte aan de hand van luchtdruk.
Een barometrische hoogtemeter kan onder de juiste omstandigheden behoorlijk nauwkeurig zijn. Maar ook deze methode is niet foutloos. Veranderingen in luchtdruk door het weer, temperatuurverschillen en een verkeerde kalibratie hebben invloed op de meting.
Daarom is kalibreren belangrijk.
Als je op een punt staat waarvan je de exacte hoogte weet, bijvoorbeeld bij een bekend hoogtepunt, kun je de barometrische hoogtemeter daarop instellen. Dat geeft doorgaans een betere uitgangspositie dan wanneer het apparaat zelf moet schatten welke hoogte je hebt.
Bij sommige Garmin-apparaten kan de hoogte daarnaast automatisch worden gecorrigeerd met behulp van GPS en/of hoogtegegevens uit een digitaal hoogtemodel.
Dat is misschien wel de lastigste vraag.
Het aantal hoogtemeters is namelijk geen waarde die je gps simpelweg rechtstreeks meet. Het apparaat verzamelt hoogtegegevens en berekent daaruit de stijgingen en dalingen.
Kleine meetfouten kunnen daardoor worden opgeteld. Aan de andere kant kunnen filters en algoritmes kleine hoogteverschillen juist weer wegfilteren.
Daarom kunnen twee apparaten die dezelfde tocht hebben geregistreerd verschillende totalen geven.
Bij een korte, vlakke tocht valt dat misschien nauwelijks op. Tijdens een lange tocht in heuvelachtig gebied kunnen de verschillen duidelijker worden.
Bij wandelen speelt hetzelfde probleem als bij fietsen. Toch kan het hoogteprofiel bij wandelen soms extra interessant zijn.
Een wandelpad kan bijvoorbeeld via een smal pad langs een steile helling. Een kleine afwijking in de kaartpositie kan daar relatief veel invloed hebben op het berekende hoogteprofiel.
Bij fietsen zie je vergelijkbare problemen. Bruggen, viaducten en oude spoorlijnen kunnen voor opvallende afwijkingen zorgen. Ook fietsroutes die langs bergwanden lopen, kunnen in een routeplanner een veel steilere klim laten zien dan je op de fiets daadwerkelijk tegenkomt.
Wil je de hoogtemeters van je gps zo betrouwbaar mogelijk maken? Houd dan rekening met een aantal zaken:
• Zorg dat je gps voldoende satellieten heeft gevonden voordat je vertrekt.
• Wacht na het verkrijgen van een gps-fix eventueel nog even voordat je begint.
• Gebruik, als je apparaat dit ondersteunt, meerdere satellietsystemen en eventueel multiband.
• Laat de gps niet onnodig registreren wanneer je stilstaat.
• Kalibreer een barometrische hoogtemeter op een punt waarvan je de hoogte kent.
• Controleer of de opening van de barometrische sensor schoon en vrij is.
• Kijk kritisch naar het hoogteprofiel van een gedownloade route.
• Houd er rekening mee dat verschillende websites en apps verschillende hoogtegegevens en berekeningen kunnen gebruiken.
Moet je dan maar helemaal stoppen met kijken naar de hoogtemeters? Zeker niet.
Voor het plannen en beoordelen van een tocht zijn ze juist erg nuttig. Een hoogteprofiel laat goed zien waar de zware beklimmingen zitten en geeft een prima indruk van wat je onderweg kunt verwachten.
Maar beschouw het aantal hoogtemeters niet als een absoluut meetresultaat.
Een gps is uiteindelijk een hulpmiddel. De uiteindelijke waarde wordt beïnvloed door de satellietontvangst, het apparaat, de kaart, de gebruikte hoogtegegevens, de manier waarop de track is opgenomen en de software die het hoogteprofiel berekent.
Het belangrijkste is dat je begrijpt hoe die cijfers tot stand komen. Dan weet je ook wanneer je het hoogteprofiel kunt vertrouwen en wanneer je beter met enige reserve naar die extra klim van 200 meter kunt kijken.